naam
carla
Carla Hinnen
dans1
Anno Ruemkens
concert
Matthieu Wouters
defilosoof
Arnold Jongkind
muziekwijk
Sylvia Heerschop
henk
Henk Vermij
schaalfusion
Glaskunst
wijnmolenstraat-dordrecht
Rob Jacobs
zonder-titel-nr5
Joséphine Verbist
heyboer1
Anton Heyboer
john
John van der Velden
boten-industrie
Tanja Koelemij
thea
Thea van Rijn
janpeter
Jan Peter van Opheusden
janpieter
Jan Pieter van den Bos
cow-red-white-only
Bart Fagel
zondertitel
Truus Kraneveldt
Wassily Kandinsky

Wassily Kandinsky

Wassili Wassilewitsj Kandinski (Moskou, 4 december 1866 – Neuilly-sur-Seine, 13 december 1944) was een Russisch-Franse schilder en graficus. De schilderstijl van Kandinski behoort tot het expressionisme. Kandiski was oorspronkelijk als jurist verbonden aan de Universiteit van Moskou.
In 1896 vertrok hij naar München in Duitsland. Daar studeerde hij eerst aan de Anton-Azbé-school en 2 jaar later aan de Akademie der Bildenden Kunste.

Kandinski was één van de grondleggers van de kunstenaarsgroep de Phalanx en na een jaar richtte hij de Phalanx-Malschule op.
Een van de leerlingen, Gabriele Münter, werd zijn levensgezellin.

In 1909 stichtte hij met zijn vriend Alexej Javlenski de Neue Künstlergemeinschaft München. Na een jaar verliet hij echter de groep en in 1911 richtte hij, samen met Franz Marc, de kunstenaarsgroep "Der Blaue Reiter" op.
Dit was ook de naam voor een door de groep uitgegeven almanak, ontstaan naar een gelijknamig schilderij van Kandinski.

Een jaar later verscheen in 2 opeenvolgende edities zijn belangrijke essay Über das Geistige in der Kunst.

De anekdote wil, dat hij te Murnau, waar hij verbleef met zijn gezellin in 1908, het abstracte schilderen ontdekte, naar aanleiding van een van zijn eigen omgekeerde figuratieve werken.
"...

Ik bevond me onverwacht voor een schilderij van een onbeschrijfelijk overweldigende schoonheid. Verbaasd bleef ik staan, gefascineerd door dit werk ..
. Het schilderij had geen onderwerp, het stelde geen enkel herkenbaar object voor, het was uitsluitend samengesteld uit lichtende kleurenvlekken .

.
." verklaarde hij.

De meningen omtrent het ontstaan van de abstracte kunst lopen wel enigszins uit elkaar.
Waren het de "Disques simultanés" van de Franse Robert Delaunay, of de muzikale doeken van de Tsjech Kupka, of de geometrische oefeningen van Kasimir Malewitsj of het abstracte processus waaraan Mondriaan zich waagde, die de revolutionaire stap naar de abstractie zetten? Of was het dan toch Michel Larionov met zijn "Rayonnisme" van 1907? En verliezen we tenslotte niet uit het oog, dat Cézanne zijn "Sainte Victoire" al vanaf 1885 en Monet zijn "Nymphéas" vanaf 1890 louter tot kleur aan het abstraheren waren.

Zeker is dat de toen 20-jarige student Kandinski al in 1886 de kleurenoverheersing in de oude Russische iconen had opgemerkt en dat hij, 9 jaar later, op een expositie in Moskou, in bewondering stond voor de "Hooimijt" van Claude Monet, waarbij hij zich afvroeg "..
.Waarom zou de emancipatie van de kleur niet kunnen samengaan met de bevrijding van de vorm?..

.". Een "Improvisatie"-aquarel van hem, in 1910, luidde wel degelijk de abstracte schilderkunst in.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog trok Kandinski zich terug naar Moskou. Hij werd er leraar en trouwde er in 1917 met Nina de Andrejevski.

Zijn bruid was 16, hij was 50.
Zijn vriendin Gabriele was in Murnau gebleven. Ze zou er sterven in 1962. Ze had nog één schilderij van Kandinski overgehouden, een portret van haar, in een mauve kleedje, toen ze 27 jaar was.
Het was hun geliefkoosde kleur geweest.

Na de oorlog keerde hij terug naar Duitsland en in 1922 werd hij professor aan het Bauhaus van Weimar, waaraan Paul Klee al verbonden was. Hier begon de meest productieve periode uit Kandinski's leven.
Hij noemde het zelf "de tijd, gekarakteriseerd door een lyrisch geometrisme". Toen het Bauhaus in 1925 verhuisde naar Dessau, oefende hij er dezelfde functie uit. Nog in 1922 realiseerde hij voor de Jurifreie Kunstausstellung van Berlijn een monumentaal decor over de 4 muren van het Salon.

Dit kunstwerk werd gereconstrueerd in het Nationaal Museum voor Moderne Kunst (M.N.A.
M.) van Parijs, in 1977.

In 1924 stichtte hij met Lyonel Feininger, Paul Klee en Alexej von Javlenski weer een andere kunstenaarsgroep, "Die Blauen Vier".
Naast talloze van zijn theoretische beschouwingen, die in de "Bauhaus-Bücher" verschijnen, maakte hij ook werk van zijn "Punkt und Linie zu Fläche", gepubliceerd in 1926.

Op de Internationale Tentoonstelling voor Architectuur te Berlijn, in 1931, creëerde hij de grote muurpanelen in keramiek voor de Muziekzaal in het Mies van der Rohe-huis. In 1928 verkreeg Kandinski de Duitse nationaliteit, maar in 1933 moest hij Duitsland verlaten, net als Paul Klee.
Het Bauhaus, dat het jaar ervoor overgeplaatst was naar Berlijn, werd datzelfde jaar door de Gestapo gesloten.

Hij kwam naar Parijs, waar hij de Franse nationaliteit aannam en ging met Nina in Neuilly-sur-Seine wonen. Hij schilderde er in 1944 zijn laatste stuk "Getemperd élan" en stierf er op 13 december 1944.

Zijn weduwe Nina overleefde hem bijna 40 jaar. Ze werd vermoord gevonden tijdens een vakantie in haar chalet te Gstaad, in Zwitserland, in september 1980. Kandinski was één van de schilders die in het eerste kwart van de twintigste eeuw de abstracte kunst vorm en filosofische ondergrond gaf.

Wassily Kandinsky: "Ueber das Geistige in der Kunst" 1912 ("Over het Spirituele in de Kunst")

Elk kunstwerk is een kind van zijn tijd, en zeer de moeder van onze gevoelens. Iedere periode van een beschaving creeert een kunst die haar eigen is en die men nooit zal zien herboren worden. Pogen principes van de kunst van voorbije eeuwen te doen herleven kan slechts leiden tot een productie van doodgeboren werken.

(..

.
) Werken die zo ontstaan zijn, missen voor altijd een ziel. Dergelijke imitatie lijkt op deze van apen. Wat het uiterlijke betreft zijn de bewegingen van een aap gelijk aan deze van een mens: de aap zet zich en houdt een boek voor de neus, bladert er zeer ernstig in.
Maar deze mimiek heeft geenenkele betekenis.

Er bestaat een andere analogie tussen kunstvormen, die gebaseerd zijn op een fundamentele noodzaak. De gelijkenis van morele en spirituele tendenzen van een ganse periode (.
..) Zo is, deels althans, onze sympathie ontstaan, en ons begrip voor de primitieven.

Zoals wij zijn deze zuivere kunstenaars in hun werk enkel gebonden door de innerlijke essentie, iedere toevalligheid op die manier eliminerend. Dit punt van innerlijk contact, ondanks zijn belangrijkheid, is slechts een punt. Na een lange materialistische periode, waaruit onze geest nu ontwaakt, is zij vol kiemen wanhoop en ongeloof, klaar om te verzinken in het niets.
De verpletterende onderdrukking van de materialistische leerstellingen maakten van het leven van het universum een tevergeefse en misprijzende grap, en het is nog niet voorbij. De geest die nu ontwaakt is nog onder de indruk van deze nachtmerrie.

Een klein lichend punt in een enorme zwarte cirkel.
Deze twijfel en pijn, ontstaan door de materialistische filosofie onderscheidt onze ziel van deze der primitieven.

(..
.

) De toeschouwer vandaag de dag zoekt in een kunstwerk of een simpele imitatie van de natuur, die voor practische doeleinden kan dienen (bv. het portret in zijn meest banale betekenis), of een imitatie van de natuur die overeenstemt met een zekere interpretatie (de impressionistische schilderkunst).

De hedendaagse schilder bevindt zich in een totaal nieuwe situatie. De schilderkunst reikt nu verder dan de enge afhankelijkheid van de natuur. Indien we er ons vanaf vandaag zouden op toeleggen alle banden met de natuur te verbreken, indien we er ons zouden van losscheuren zonder twijfel, zonder mogelijke terugkeer achterwaarts, indien we er ons zouden mee tevreden stellen enkel zuivere kleuren te combineren met een vrij uitgevonden vorm, dan zouden de werken die we creeren ornamenteel, en geometrisch zijn, op het eerste zicht weinig verschillend van een das of een tapijt.

Spijts alle pretenties van de pure estheten en van hen die in de natuur voor alles enkel schoonheid zoeken, is de schoonheid van kleur en vorm in de kunst geen doel op zich. Wij zijn nog niet ver genoeg gevorderd in de schilderkunst, om reeds diep onder de indruk te zijn door een compositie van totaal vrije vorm en kleur. Zonder twijfel zou zich wel een zenuwachtige trilling voordoen.

Toch heeft de menselijke geest een steeds sneller ritme aangenomen (..

.
) We kunnen met zekerheid zeggen dat nog slechts weinig tijd ons scheidt van de zuivere compositie. Indien we even een blik werpen op een palet vol kleuren, dan krijgen we een dubbel effekt: 1) vanuit een zuiver fysisch standpunt wordt het oog de kleur gewaar 2) deze activiteit wordt gedubbeld door een tweede psychische activiteit. De kleur verwekt een psychische triling.
En zijn oppervlakkig fysisch effekt is feitelijk niets anders dan de stem die ertoe strekt de ziel te bereiken.

Bron(o.m.):Wikipedia

home