naam
carla
Carla Hinnen
janpeter
Jan Peter van Opheusden
janpieter
Jan Pieter van den Bos
cow-red-white-only
Bart Fagel
zondertitel
Truus Kraneveldt
dans1
Anno Ruemkens
concert
Matthieu Wouters
defilosoof
Arnold Jongkind
muziekwijk
Sylvia Heerschop
henk
Henk Vermij
schaalfusion
Glaskunst
wijnmolenstraat-dordrecht
Rob Jacobs
zonder-titel-nr5
Joséphine Verbist
heyboer1
Anton Heyboer
john
John van der Velden
boten-industrie
Tanja Koelemij
thea
Thea van Rijn
Alberto GiacomettiAlberto Giacometti

Alberto Giacometti

Alberto was een zoon van de post-impressionistische schilder Giovanni Giacometti, een broer van Diego Giacometti (kunstschilder en handwerksman, die later Alberto's assistent werd) en een neef van de schilder Augusto Giacometti. De familie vestigde zich in 1906 in Stampa, waar Alberto van zijn vader een atelier kreeg in een voormalige schuur. Vanaf 1910 bracht de familie de zomers door in een chalet in Maloja, waar vader en zoon Giacometti veel landschappen tekenden en schilderden.
Een eerste schilderij van Alberto, Appels, dateert van 1913 en een eerste beeld, een buste van Diego, is van 1914. Alberto was zeer geïnteresseerd in de kunstboeken van zijn vader en maakte zo kennis met het werk van onder anderen Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn en Jan van Eyck.

Dit werk ging hij kopiëren, een bezigheid die hij later nog vaak zou beoefenen.
Tijdens zijn schooljaren van 1915 tot 1919 kreeg hij, als uitstekende leerling, de beschikking over een atelier om in de vrije tijd te kunnen schilderen en beeldhouwen. Giacometti liet zich in 1919 inschrijven aan de kunstacademie in Genève, die hij na korte tijd weer verliet om zich vervolgens aan te melden voor de beeldhouwklas van de kunstnijverheidsschool. In 1920 bezocht hij enkele malen Italië, eerst in mei 1920 samen met zijn vader in Venetië de Biënnale van Venetië en de San Marco, waar hij zeer veel inspiratie opdeed, en daarna vele maanden verblijvend in onder andere Florence, Assisi en Rome.
Vanaf 1922 leefde en werkte hij in Parijs, in de wijk Montparnasse.

Hij volgde lessen bij Émile-Antoine Bourdelle aan de Académie de la Grande Chaumière. 's Ochtends werkte hij aan zijn beelden, 's middags tekende hij.
Hij was er erg eenzaam en bezocht musea, waar hij werken van Henri Matisse kopieerde. Deze situatie duurde tot 1925 toen hij over een eigen atelier beschikte in de Rue Froideveaux 37. Op uitnodiging van Bourdelle kon hij exposeren tijdens de Salon des Tuileries en kreeg hij zijn eerste opdracht van een Zwitserse verzamelaar.

Hij onderging de invloed van Henri Laurens, die hij in zijn atelier ontmoette, Jacques Lipchitz en Constantin Brancusi. Hij ontdekte in die periode zowel de Afrikaanse kunst, in het Musée de l'Homme, als het surrealisme. Door al deze invloeden besloot hij af te zien van beeldhouwen naar model en de werkelijkheid los te laten.
In 1927 betrok Giacometti een klein atelier in de Rue Hippolyte Maindron 46. Hij verkeerde in het gezelschap van onder andere de schilders Joan Miró, Alexander Calder, André Masson en via hem Michel Leiris, waarmee hij bevriend bleef.

Giacometti kreeg met twee beelden een expositie in Galerie Jeanne Bucher en begon in een grotere kring bekendheid te genieten.
Leiris publiceerde een tekst over Giacommeti in het tijdschrift Documents. Giacometti ging samenwerken met zijn broer Diego, die decoratieve voorwerpen en kunstnijverheid vervaardigde en in zijn buurt was komen wonen om hem te assisteren. In de periode 1930 tot 1932 ontmoette Giacometti Louis Aragon, André Breton en Salvador Dali, sloot zich aan bij de surrealisten en deed mee met hun activiteiten en exposities.
Met zijn werk Hangende bol nam hij deel aan een tentoonstelling van Jean Arp en Joan Miró bij Galerie Pierre Loeb.

Vele exposities met de surrealisten volgden in Europa en de Verenigde Staten. In 1934 kreeg Giacometti een eerste solo-expositie bij Galerie Julien Levy in New York.
In de periode van 1935 tot 1940 probeerde hij vergeefs weer naar model te werken: niets werd zoals hij het zich voorstelde. Het luidde wel zijn uitsluiting door de surrealisten in. Een kop, we weten wel wat een kop is, zei Breton.

Hij exposeerde niet meer tot 1947. Van 1942 tot 1944 leefde Giacometti in Genève, waar hij zijn latere echtgenote Annette Arm ontmoette. Diego wist in Parijs zijn atelier in stand te houden.
Na terugkeer in Parijs voegde Annette zich bij hem. Giacometti huwde haar in 1949.

Nu brak Giacometti's meest productieve periode aan met zijn vrouw als muze en voornaamste model.
Al snel kreeg Giacometti belangrijke exposities, waaronder in de Pierre Matisse Gallery in New York. Tijdens de Biënnale van Venetië van 1962 ontving Giacometti de Grote Prijs van de Beeldhouwkunst. Hij overleed in 1966 aan de gevolgen van een hartziekte en chronische bronchitis.
Hij werd begraven in Borgonovo, dicht bij zijn ouders.

Zijn werk is te vinden in de collecties van vele belangrijke musea en beeldenparken.

Bron(o.m.):Wikipedia

home