naam
boten-industrie
Tanja Koelemij
janpeter
Jan Peter van Opheusden
janpieter
Jan Pieter van den Bos
dans1
Anno Ruemkens
concert
Matthieu Wouters
wijnmolenstraat-dordrecht
Rob Jacobs
Fernando Botero

Fernando Botero

Fernando Botero (Medellín, 19 april 1932) is een kunstschilder en beeldhouwer van Colombiaanse afkomst.
Na een opleiding bij de Jezuïeten kreeg hij twee jaar lang een opleiding voor matador, waarvoor hij echter te weinig talent bleek te hebben. In zijn jeugd begon hij met het schilderen van stierengevechten, waar hij regelmatig heen ging. Op een dag merkte hij dat hij geen stier, maar een landschap schilderde.
Vanaf dat moment was hij naar eigen zeggen kunstenaar. Hij kreeg zijn professionele opleiding aan de Academia de San Fernando in Madrid.

Hij begon beeldhouwwerken te maken in 1971.
Botero woont in 2003 in Parijs, maar is door zijn afkomst geïnspireerd door de Zuid-Amerikaanse cultuur, hetgeen tot uitdrukking komt in zijn kleurgebruik, maar ook in de thema's. Botero maakt bronzen beelden, schilderijen en pastels die op het eerste gezicht vooral dikke, opgezwolle mensen afbeelden. Botero zegt hier zelf over dat het geen dikke mensen zijn, maar dat hij door de omvang van de voorwerpen en lichaamsdelen het relatieve belang daarvan wil aanduiden, en dat het ook het plezier aanduidt.
De gezwollen mensen lijken vaak enigszins te zweven en doen geenszins zwaar aan.

De hoofden zijn meestal relatief groot (tot wel een kwart van het lichaam), de handen en voeten zijn daarentegen meestal zeer klein. De trekken in het gelaat (de mond, ogen etc) zijn kleiner dan in de realiteit.
Vaak kijken de geportretteerde personen scheel. De gezichten lijken echter wel "typisch" Zuid-Amerikaans. Vrouwen hebben kleine borsten die niet lijken te passen bij hun dikke billen en dijen, en worden vaak afgebeeld met gekruiste benen en één arm boven het hoofd.

De hoofden van paarden zijn echter vaak kleiner afgebeeld dan in werkelijkheid. De kunst van Botero is zeer toegankelijk en heeft bij velen soms een komisch, maar ook een ontroerend en soms schokkend effect. Botero gebruikt weinig stofuitdrukking, waardoor elk oppervlak dezelfde, doffe, structuur lijkt te hebben.
Botero maakt in zijn geheel eigen stijl kopieën van beroemde werken van oude meesters, zoals Velazquez en Leonardo da Vinci. Ook ontleent Botero bloederige en gewelddadige thema's aan de burgeroorlog in Columbia.

Zo schildert hij afbeeldingen van de president, van een arrestatie, van executies en van huilende weduwes.
Maar ook schildert hij feestende en dansende mensen, vaak onder het licht van enkele kale peertjes. Nooit echter is er een glimlach te zien op de gezichten. Botero schildert ook stillevens en landschappen.
Omtrent de pseudo-naïeve figuratieve stijl van Botero heeft men het vaak over Gonflette-stijl, zelfs over Boteromorfisme.

Anekdotisch vertelt hij, dat hij bij het willekeurig tekenen van een mandoline het te kleine gaatje van de klankkast tekende en ineens de monumentale plasticiteit van het muziekinstrument zag. Bij zijn eigen stijl-omschrijving valt herhaald zijn magisch woord het plastische, dat hij in elke figuur of elk beeld betracht, waarbij hij aanduidt dat het puur plastische primeert en opvallend leidt tot het immobilisme van zijn voorstellingen.
In zijn meest recente creaties gaat Botero de weg op van de ethische aanklacht. Net als Picasso destijds, met zijn Guernica, klaagt hij de macabere schandaalscènes aan uit de jongste oorlogsexcessen. Zo vormen de wreedheden uit de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis zijn leidraad, bij zijn eerstkomende expo in het Romeinse Palazzo Venezia, de oud-residentie van Benito Mussolini.

Net zoals zijn strijd tegen het geweld in zijn geboorteland Colombia, met zijn voortdurende burgeroorlog, en in tegenstelling tot zijn beminnelijke, vaak komische figuren, neemt hij weer de ernstige taak op zich de komende generaties te herinneren aan het onrecht van zijn tijd. Zijn wereld vol parodie ruilt hij voor een wereld waar het onrecht regeert.

Bron(o.m.):Wikipedia

home