naam
muziekwijk
Sylvia Heerschop
zonder-titel-nr5
Josťphine Verbist
thea
Thea van Rijn
Bernd en Hilla Becher

Bernd en Hilla Becher

Bernd en Hilla Becher (Bernd, Siegen, 20 augustus 1931 - Rostock, 22 juni 2007; Hilla, geboren Wobeser, Potsdam, 2 september 1934) vormden een kunstenaarspaar als fotografen. Zij stonden internationaal bekend voor hun zwart-wit fotografie van vakwerkhuizen en vooral van industriŽle installaties zoals watertorens, koeltorens gashouders en hijskranen en lifttorens van mijnen.[1] Bernd Becher studeerde aanvankelijk schilderkunst en typografie in Stuttgart, maar zou onder invloed van zijn echtgenote fotografe Hilla wereldwijd bekendheid verwerven met foto's van hoogovens, mijnkranen, gastanks, hoogovens en koeltorens.
Dit niet vanuit het oogpunt van een industrieel archeoloog die nutsgebouwen vastlegt en catalogiseert uit oogpunt van de conservatie ervan. Trouwens architectuurhistorici interesseerden zich op dat ogenblik nauwelijks voor de ingenieursbouw.

De industriearcheologen legden zich veeleer toe op het onderzoek van technische processen.
De beroepsfotograaf had in die jaren niet de minste belangstelling voor zulke saaie onderwerpen als nutsgebouwen. De kunstfotograaf experimenteerde met portretten en onbestemde landschappen al of niet met grove korrel. Bernd Becher maakte echter al voordat hij samenwerkte met Hilla in 1957 zijn eerste opnamen met een kleinbeeldcamera van de ijzerertsmijn Eisenhardter Tiefbau.
De Bechers trokken dan vanaf 1959 samen door Europa en de Verenigde Staten om deze nutsgebouwen vrij afstandelijk en zakelijk vast te leggen met een technische camera.

Hun foto's zijn opgebouwd uit reeksen van telkens gelijkaardige gebouwen telkens vanuit hetzelfde gezichtspunt genomen. Het zijn technisch perfecte haarscherpe foto's zonder enige vorm van emotie of betrokkenheid, haast in seriŽle monotonie.
Dit systematisch registreren van industriŽle gebouwen op zo een grote schaal (ongeveer 200 industriŽle sites) vereiste een grote discipline waarbij leesbaarheid en vergelijkbaarheid als uitgangspunt fungeerden. De neutrale foto's werden alle opgenomen bij grijzig wat betrokken weer zonder uitbundig zonlicht om oncontroleerbare slagschaduwen te vermijden. Elke vorm van toeval, subjectiviteit en interpretatie werd alzo geweerd.

Daarbij moesten de foto's fijn in de detaillering zijn, reden waarom de Bechers al vanaf 1961 met een 13/18 platencamera aan de slag gingen. Alzo werd de waarneming onpersoonlijk, systematisch en ontledend zonder een illustratie na te streven. Het verschil lag hem in de aard van het object als een anonieme sculptuur.
Invloed op de fotografie en de kunstwereld In de jaren 80 van de XXste eeuw had hun werk grote invloed op de toenmalige (conceptuele) kunstwereld zodat zij zelfs school maakte (DŁsseldorfse school) met als credo: de nieuwe zakelijkheid waarbij motieven aan bod kwamen die een vergaande abstrahering toelieten zonder hun beeld te verliezen. Bekende adepten waren fotografen als Andreas Gursky, Thomas Ruff, Thomas Struth en Candida HŲfer.

Zij wendden met hun fotografie dezelfde afstandelijke typologische "Bechers"-methodiek aan maar met andere onderwerpen zoals landschappen, (familie)portretten, mensen in musea of series van verlaten ruimtes in openbare gebouwen.
Door deze oud-studenten werd de "Becher-Schule" in de kunstwereld vlug een begrip.

Bron(o.m.):Wikipedia

home