naam
henk
Henk Vermij
janpeter
Jan Peter van Opheusden
janpieter
Jan Pieter van den Bos
zondertitel
Truus Kraneveldt
Balthus

Balthus

Balthus, (Parijs 29 februari 1908 - Rosinière 18 februari 2001) geboren als graaf Balthazar Klossowski, was een Frans kunstschilder. Balthus' vader, Erich Klossowski, was kunstschilder en kunsthistoricus en ook zijn moeder, Elizabeth Spiro, schilderde, onder de naam Baladine. In 1903 verlaten ze Duitsland om zich in Parijs te vestigen.
Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt moeten ze vluchten en installeren zich in Berlijn. In 1917 scheiden ze en trekt Baladine met haar zoons naar Zwitserland.

Daar zal zij een relatie beginnen met de schrijver Rainer Maria Rilke.
Op elfjarige leeftijd tekent Balthus een cyclus van veertig tekeningen naar aanleiding van het overlijden van zijn kat Mitsou die in 1921 uitgegeven worden met een voorwoord van Rilke. Het jaar voordien heeft hij reeds een aantal illustraties gemaakt voor een Chinese roman. In datzelfde jaar 1921 keert hij met zijn moeder terug naar Berlijn en twee jaar later vestigen ze zich in Beatenberg.
Daar, en in Parijs, waar hij herhaaldelijk heen trekt, begint zijn echte schilderloopbaan.

In 1929 worden een tiental van zijn werken tentoongesteld in een galerij in Zürich. Intussen is Rilke overleden (1926) en is Parijs zijn nieuwe thuisbasis geworden.
In 1930-1931 moet hij legerdienst doen in het Franse leger. In 1929 maakt hij een eerste versie van La Rue, vier jaar later volgt de monumentale versie. Het is in die jaren dertig dat hij de hoogtepunten van zijn werk realiseert met onder meer Alice dans le miroir (1933), La Fenêtre (1933), La Leçon de guitare (1934), La Jupe Blanche (1937).

Vooral de erotische inslag en de koele stijl zijn opmerkelijk. La Leçon de guitare gaat daarin wellicht het verst. Het werd in 1934 gedurende enkele weken getoond in Galerie Pierre in Parijs in een met een gordijn afgesloten apart zaaltje en mocht van Balthus gedurende veertig jaar niet meer tentoongesteld of gereproduceerd worden.
In een houding van een Pieta draagt de lesgeefster het lichaam van de leerlinge op haar schoot, de jurk opgetrokken tot boven de navel en met een vinger nabij het geslacht van het meisje (alsof ze gitaar speelt op het meisje), dat op haar beurt de hand reikt naar de ontblote borst van de lerares. In 1937 trouwt hij met Antoinette de Watteville die hij sinds haar twaalfde levensjaar (in 1924) kent.

Ze zullen in 1946 scheiden.
Ook tijdens en na de Tweede Wereldoorlog maakt hij nog erotische werken zoals La Victime (1939-46), La Patience (1943), Les Beaux jours (1944-46), La Chambre (1947), Nu au chat (1948-50), Nu sur une chaise longue (1950) en een tweede La Chambre (1952-54) maar in geen van deze werken gaat hij zover als in die gitaarles. Tijdens die twintig jaar schildert hij ook vele portretten van mensen uit zijn omgeving en maakt hij talloze tekeningen. In 1953 installeert hij zich in het Kasteel van Chassy, in de Morvan, waar hij acht jaar blijft.
Uit die tijd dateren landschappen, stillevens, naakten en portretten.

Waaronder Le Rêve I (1955), Les Trois soeurs (1955) en La Sortie du bain (1957). Van 1961 tot 1977 wordt Balthus directeur van de Académie de France in de Villa Médicis in Rome.
Door het vele werk dat deze baan meebrengt blijft er weinig tijd om te schilderen. Vandaar de veelheid aan tekeningen die deze periode kenmerken. Vaak zijn het naakten waarvoor zijn jonge Japanse vrouw Setsuko Ideta model staat (hij ontmoet haar op een missie naar Japan in 1962 en huwt haar in 1967).

In 1977 trekt hij zich terug in Rossinière in Zwitserland. Daar komen onder meer drie versies van Le Chat au miroir (1977-80, 1986-89, 1989-94) tot stand en een onafgewerkte Jeune fille à la mandoline (2000-01).

Bron(o.m.):Wikipedia

home