naam
boten-industrie
Tanja Koelemij
janpeter
Jan Peter van Opheusden
janpieter
Jan Pieter van den Bos
zondertitel
Truus Kraneveldt
dans1
Anno Ruemkens
Karel AppelKarel Appel

Karel Appel

De Nederlandse kunstenaar Christiaan Karel Appel werd op 15 april 1921 in Amsterdam geboren. Van jongs af aan wist Karel Appel dat hij schilder wilde worden. 

Na eerst als kapper enkele jaren in de zaak van zijn vader te hebben gewerkt, ging hij in 1942-1944 schilderkunst studeren aan de Rijksacademie in Amsterdam. Achteraf is Appel vaak verweten dat hij ging studeren tijdens de Duitse bezetting, terwijl de Duitsers in eigen land een zeer repressief beleid voerden tegen de zogenoemde Entartete Kunst maar Appel beweert nooit met de Duitsers te hebben samengewerkt. Op de academie leerde Appel Corneille en Constant kennen. Er ontstond een intense vriendschap tussen hen die vele jaren stand zou houden. Aan het begin van de hongerwinter maakte hij een aantal indringende portretten van de vermagerende Nederlandse bevolking. 

 In 1946 had Appel zijn eerste solo expositie, in Het Beerenhuis in Groningen. Iets later nam hij deel in de expositie Jonge Schilders in het "Stedelijk Museum" in Amsterdam. Hij liet zich in deze periode vooral beÔnvloeden door de kunst van Picasso, Matisse en Dubuffet. Vooral de laatste maakte zeer rauwe werken met allerlei materialen. In 1947 begint Karel Appel met beeldhouwen. Hij verzamelde allerlei afval waarmee hij het werk Drift op Zolder maakt. 
Op 16 juli 1948 richtten de drie kunstenaars, Appel, Corneille en Constant, samen met Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Jan Nieuwenhuys de Experimentele Groep Holland op. De Belgische schrijver Hugo Claus sloot zich later bij deze beweging aan.
In november 1948 bezoeken enkele leden van de Experimentele Groep een internationale conferentie over avant-garde kunst in Parijs. Deze conferentie werd georganiseerd door Franse en Belgische surrealistische collega's. Karel Appel richt daar met enkele Deense, Nederlandse en Belgische kunstenaars de groep Cobra op. (Cobra is een afkorting van Copenhagen, Brussel, Amsterdam). 
In Denemarken wordt het werk van Cobra door de pers welwillend ontvangen. Als Appel naar Kopenhagen reist geniet hij daar volop van de gemoedelijke sfeer die daar heerst. 

In 1950 krijgt Cobra een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De tentoonstelling wordt echter een groot schandaal. Teleurgesteld daarover vestigde Appel zich datzelfde jaar nog in Parijs.  Dezelfde expositie als in het Stedelijk wordt herhaald in Parijs, maar de tentoonstelling wordt daar veel beter ontvangen dan in Amsterdam. In Parijs introduceert Hugo Claus Appel bij Michel Tapiť, die daarop verschillende tentoonstellingen van het werk van Appel organiseert.
Zo kreeg Appel in 1953 een solo expositie in het Paleis van de Schone Kunsten in Brussel. In 1954 ontving hij de UNESCO prijs in de biŽnnale van VenetiŽ.

Nog steeds werd Appel niet geaccepteerd in Nederland. Hij krijgt weliswaar een opdracht van de Gemeente Amsterdam om een wandschildering te maken voor de kantine van het stadhuis, maar dit leidt tot een grote rel. Na protest van de ambtenaren wordt het werk tien jaar lang onder behang bedekt. De ambtenaren vonden de schildering met als titel "Vragende kinderen" barbaars, wreed en gewelddadig. Wie het werk nu bekijkt, zal zich hogelijk verbazen over deze reactie op een stijlvol en vriendelijk geheel, geschilderd in rustige kleuren.
Na het uiteenvallen van Cobra begint Karel Appel met steeds dikkere verf impasto te schilderen. Zijn werk wordt steeds wilder en ogenschijnlijk minder beheerst. De internationale doorbraak van Karel Appel begon rond 20%3, toen zijn werk te zien was op de biŽnnale van Sao Paulo. In 20%4 kwamen er solotentoonstellingen van Appel in Parijs en New York. Hij maakte talloze muurschilderingen voor openbare gebouwen.

Vanaf 1957 reisde Appel regelmatig naar New York. Daar schilderde hij onder andere portretten van jazzmusici. Hij ontwikkelde steeds meer zijn eigen stijl, onafhankelijk van anderen. Gedurende deze periode gaat hij steeds meer richting de abstracte kunst, hoewel hij dat zelf blijft ontkennen. De titel van een werk als Compositie lijkt daar echter wel op te wijzen.  Eind zestiger jaren verhuist Appel naar het Ch‚teau de Molesmes, bij Auxerre. Appel werd intussen steeds meer internationaal gewaardeerd. In 1968 kwam er eindelijk ook een solo tentoonstelling in Nederland, namelijk in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Exposities volgden in de Kunsthalle in Basel, in Brussel (1969) en in 1970 in het Centraal Museum in Utrecht. Een reizende expositie volgt door Canada en de Verenigde Staten in 1972. 
Rond 1990 heeft Appel vier ateliers, in New York, in Connecticut, in Monaco en in Toscane. Vooral het atelier in New York gebruikt hij om te experimenteren en te vernieuwen met zijn schilderwerk.

Appel schildert, volgens eigen zeggen, nooit de abstractie, al benadert zijn werk dat wel sterk. Er zijn altijd herkenbare figuren te ontdekken, of dit nu mensen, dieren of zonnen zijn. Tijdens de Cobra periode (vanaf 1948) schilderde Appel simpele vormen met stevige contourlijnen, opgevuld door felle kleuren.
Later liet Appel de samenhang van vorm en kleur los. Het werk van Appel is meestal uit meerdere lagen opgebouwd, waardoor het werk diepte verkrijgt. Op een vrijwel eenkleurige maar met zorg geschilderde ondergrond schildert hij in tenminste twee stadia de figuren. 
Karel Appel maakt vaak verschillende versies naar aanleiding van hetzelfde thema. Hij heeft bijvoorbeeld diverse werken gemaakt met de titel van de gewraakte muurschildering in Amsterdam, "Vragende kinderen", niet alleen schilderijen, maar ook verschillende kunstwerken die bestaan uit een houten reliŽf, beschilderd in vrolijke kleuren. Het maken van series met hetzelfde thema blijft Appel zijn hele leven doen.

Bron(o.m.):Wikipedia

home